Wat als één configuratie genoeg is om een compleet EPLAN project op te leveren?
Mohammed Ahouri
Wat als één configuratie genoeg is om een compleet EPLAN project op te leveren?
Een nieuwe order komt binnen.
Verkoop configureert de machine: uitvoering, aantal secties, aandrijvingen, klantopties en andere varianten.
En drukt op Generate.
Vanaf dat moment hoeft niemand het project opnieuw op te bouwen.
De P&ID’s worden gegenereerd. Het EPLAN-project wordt samengesteld. De besturingskast wordt in 3D opgebouwd. De stuklijst gaat naar PLM. De draden worden op lengte bepaald en klaargezet voor bestelling. Labels staan klaar voor productie. De paneelbouwer krijgt zijn digitale werkinstructies. Het actuele project staat in eVIEW voor inbedrijfstelling. En de hardwareconfiguratie staat klaar om richting software te gaan.
Allemaal vanuit dezelfde configuratie.
Dat klinkt misschien als een beeld van hoe machinebouw er over vijf of tien jaar uit kan zien.
Maar vrijwel alles wat hiervoor nodig is, bestaat vandaag al.
De uitdaging zit niet meer in de vraag óf het technisch mogelijk is.
De uitdaging is om je machine en engineeringdata zo op te bouwen dat de keten automatisch kan gaan lopen.
Het project begint bij verkoop
Stel: je bouwt een machine die je tientallen keren per jaar verkoopt.
De basis is vrijwel altijd hetzelfde, maar klanten kiezen uit verschillende lengtes, aantallen secties, aandrijvingen, instrumentatie en opties.
Vandaag wordt zo’n order vaak vanuit verkoop overgedragen aan engineering. Een engineer interpreteert wat verkocht is, maakt een project aan en begint de juiste onderdelen van eerdere projecten bij elkaar te zoeken.
Maar als vooraf al bekend is welke combinaties je kunt leveren, waarom zou engineering die machine dan iedere keer opnieuw moeten samenstellen?
Je kunt die keuzes al bij verkoop vastleggen.
De configurator bevat niet alleen commerciële opties, maar weet ook wat die keuzes technisch betekenen.
Kiest verkoop bijvoorbeeld voor vier secties in plaats van drie, dan weet de configuratie welke functies erbij horen, welke componenten nodig zijn en welke elektrische structuur daarbij hoort.
Daarmee wordt de verkoopconfiguratie het startsein voor de rest van het project.
De functionele engineering wordt automatisch opgebouwd
De eerste stap is EPLAN Preplanning.
Op basis van de gekozen configuratie worden de benodigde functies geplaatst: aandrijvingen, kleppen, sensoren en andere onderdelen van de machine.
Daaruit kan automatisch de functionele structuur van het project ontstaan, inclusief de P&ID’s.
Maar daar stopt het niet.
Diezelfde structuur vormt de input voor EPLAN Electric P8.
Voor iedere functie is vooraf vastgelegd welk stuk elektrotechniek erbij hoort. Vanuit gestandaardiseerde macro’s wordt het schema automatisch samengesteld.
Een gekozen motor betekent dus niet dat een engineer later nog moet bedenken welk schema erbij hoort.
Die relatie is al vastgelegd.
De configuratie bepaalt de functie.
De functie bepaalt de macro.
En de macro wordt automatisch in het project geplaatst.
Zo groeit vanuit één verkoopconfiguratie een compleet EPLAN-project.
Ook de besturingskast wordt automatisch opgebouwd
Hetzelfde principe kan worden doorgetrokken naar EPLAN Pro Panel.
De componenten uit het schema zijn gekoppeld aan artikeldata en plaatsingsinformatie. Daardoor kan ook de 3D-layout van de besturingskast vanuit dezelfde configuratie worden opgebouwd.
Componenten worden op de montageplaat geplaatst. Draadgoten en andere mechanische onderdelen worden meegenomen. De verbindingen uit het schema worden door de kast gerouteerd.
Daarmee ontstaat iets belangrijks.
Je hebt niet alleen een schema en een 3D-model.
Je hebt productiedata.
Per draad is bekend waar hij begint, waar hij eindigt en welke draadlengte daarvoor nodig is.
De draadset staat daarna automatisch klaar
Zodra de verbindingen zijn gerouteerd, kan de draadlijst automatisch worden gegenereerd.
Per draad zijn onder andere de lengte, doorsnede, kleur, draadcodering en aderafwerking bekend.
Die output kan rechtstreeks worden klaargezet voor bestelling bij een leverancier van draadconfectie.
Geen engineer die een lijst maakt.
Geen paneelbouwer die eerst alle draden op lengte knipt.
De informatie komt rechtstreeks uit dezelfde engineeringdata waarmee het project is gegenereerd.
De draadset kan daardoor al worden voorbereid terwijl de rest van het project door de keten loopt.
De stuklijst gaat naar PLM of ERP
Ondertussen gebeurt hetzelfde met de artikelen.
Alle componenten die door de configuratie zijn geselecteerd en in het EPLAN-project zijn gebruikt, vormen samen de stuklijst van die specifieke machine.
Die BoM hoeft niet handmatig te worden geëxporteerd en vervolgens opnieuw in PLM of ERP te worden ingevoerd.
Hij kan automatisch worden doorgestuurd in de structuur die daar wordt verwacht.
Daar kan vervolgens het inkoopproces starten.
En verandert de configuratie later?
Dan wil je niet de hele stuklijst opnieuw behandelen. Alleen het verschil moet door de keten.
Een component erbij.
Een component eruit.
Een ander artikel.
De wijziging wordt één keer gedaan en stroomt daarna door.
Productie staat ondertussen al klaar
Terwijl inkoop zijn proces doorloopt, kan ook de voorbereiding voor de paneelbouw automatisch plaatsvinden.
Labels worden vanuit dezelfde data gegenereerd en naar de labelprinter gestuurd of als printopdracht klaargezet.
Productiedata uit Pro Panel wordt beschikbaar gemaakt voor de werkvloer.
De Smart Production-data staat klaar voor de paneelbouwer.
Wanneer die aan de besturingskast begint, hoeft hij niet eerst uit een stapel tekeningen te bepalen wat er moet gebeuren.
De digitale werkinstructie staat al klaar.
Welke componenten moeten worden gemonteerd.
Welke verbindingen moeten worden gemaakt.
Waar een draad begint en eindigt.
En welke werkzaamheden al zijn afgerond.
Engineering heeft dus niet alleen een tekening gegenereerd.
Het project heeft zichzelf voorbereid voor productie.
Ook inbedrijfstelling staat al klaar
Zodra het EPLAN-project wordt gegenereerd of vrijgegeven, kan ook de documentatie automatisch worden gepubliceerd naar EPLAN eVIEW.
De commissioning engineer hoeft daardoor niet te wachten tot iemand aan het einde van het project een PDF-set genereert en rondstuurt.
Het actuele project staat digitaal beschikbaar.
Op locatie kunnen opmerkingen en wijzigingen worden vastgelegd en teruggekoppeld.
Ook daar wordt dus geen nieuwe informatiestroom naast de engineeringdata gebouwd.
Het blijft hetzelfde project.
En software krijgt dezelfde machine
Tot slot kan de hardwareconfiguratie automatisch worden geëxporteerd via AutomationML.
Daarmee kan informatie over bijvoorbeeld hardware, I/O en adressering downstream beschikbaar worden gemaakt voor de software-engineer en TIA Portal.
Ook die hoeft dan niet vanaf een PDF of Excel-lijst dezelfde machine opnieuw op te bouwen.
De software-engineer krijgt dezelfde configuratie waarmee verkoop het proces begon, maar dan vertaald naar de informatie die voor software relevant is.
Eén configuratie, meerdere outputs
En dat is uiteindelijk het belangrijkste verschil.
Dit zijn geen losse automatiseringen.
Je automatiseert niet eerst een stuklijst, daarna toevallig een draadlijst en vervolgens ergens anders nog een export naar software.
Ze komen allemaal uit dezelfde bron.
Verkoop configureert één machine.
Daaruit volgt automatisch:
de functionele structuur en P&ID’s;
het EPLAN-schema;
de 3D-layout van de besturingskast;
de gerouteerde verbindingen en draadlengtes;
de draadset voor draadconfectie;
de BoM voor PLM of ERP;
de labels voor productie;
de digitale werkinstructies voor paneelbouw;
het actuele project in eVIEW;
en de hardwaredata voor software.
Dat is voor mij Connected Engineering.
Design once. Data flows.
Betekent dit dat engineering verdwijnt?
Nee.
Eigenlijk gebeurt het tegenovergestelde.
Je engineer verschuift van degene die iedere order opnieuw uitwerkt naar degene die bepaalt hoe iedere order wordt uitgewerkt.
Iemand moet vastleggen welke varianten bestaan. Welke functies bij een optie horen. Welke macro gebruikt wordt. Welke artikelen toegestaan zijn. Hoe een besturingskast wordt opgebouwd. Welke data PLM verwacht. En welke informatie downstream beschikbaar moet zijn.
Daar zit juist veel engineeringkennis in.
Maar die kennis wordt één keer in de standaard vastgelegd.
Als je daarna twintig keer dezelfde machine in een andere configuratie verkoopt, hoef je die kennis niet twintig keer opnieuw toe te passen.
Het systeem doet dat voor je.
De engineer komt weer in beeld wanneer iets werkelijk nieuw is.
Een nieuwe variant. Een nieuwe functie. Een nieuwe standaard. Of een klantvraag die nog niet eerder is opgelost.
Precies het werk waarvoor je een ervaren engineer wilt inzetten.
Dit is geen toekomstmuziek
Geen van de stappen hierboven is op zichzelf bijzonder futuristisch.
EPLAN kan functies en schema’s op basis van gestandaardiseerde engineeringdata opbouwen. Pro Panel bevat de informatie om de besturingskast digitaal voor te bereiden. Verbindingen kunnen worden gerouteerd. Productiedata kan downstream worden gebruikt. ERP en PLM kunnen via interfaces worden gekoppeld. eVIEW maakt projecten digitaal beschikbaar. AutomationML kan hardwaredata richting software brengen.
De technologie is er.
Wat meestal ontbreekt, is de standaard die alles met elkaar verbindt.
Macro’s zijn niet consequent opgebouwd. Artikeldata is onvolledig. Varianten zitten in het hoofd van engineers. Verkoop en engineering gebruiken andere definities. PLM verwacht een andere structuur. Uitzonderingen zijn in de loop der jaren onderdeel van het proces geworden.
Daarom begint dit niet met automatiseren.
Het begint met vastleggen hoe je machine daadwerkelijk is opgebouwd.
Eerst standaardiseren. Dan automatiseren.
Hoe zou je hiermee beginnen?
Niet door morgen de hele keten te bouwen.
Pak één machine die je regelmatig in varianten verkoopt.
Breng de opties en varianten terug tot een configureerbaar model. Leg vervolgens vast welke functies daaruit volgen en bouw de EPLAN-standaard waarmee automatisch een project kan worden gegenereerd.
Laat vanuit diezelfde configuratie vervolgens het schema en de 3D-layout van de besturingskast ontstaan.
Als dat werkt, heb je de basis.
Daarna kun je steeds verder downstream gaan.
Eerst de BoM.
Dan productiedata.
Dan eVIEW.
Dan software.
Iedere volgende stap gebruikt de structuur en data die je voor de vorige stap al hebt opgebouwd.
En uiteindelijk ontstaat precies het proces waarmee dit artikel begon:
Verkoop configureert de machine.
De rest volgt.
Dat is het soort Connected Engineering-traject waar ik met MA-Engineers aan werk: van het standaardiseren van machines, artikeldata en macro’s tot geautomatiseerde EPLAN-projecten en de koppelingen richting PLM, ERP, productie en software.
En het interessante is dat je daarvoor niet hoeft te wachten op de fabriek van de toekomst.
Je kunt vandaag met die eerste machine beginnen.