Draadconfectie werkt pas als je draadlengtes kloppen
Mohammed Ahouri
De grootste tijdwinst zit niet alleen in engineering
Als je een besturingskast sneller wilt bouwen, begint de aandacht vaak bij engineering. Logisch ook: met standaardisatie en automatisering kun je daar flink wat uren besparen. Maar zodra het ontwerp klaar is, begint het grootste deel van het werk pas.
In een peer-reviewed onderzoek naar de bouw van besturingskasten uit 2024, op basis van 67 echte projecten, komt een kast uit op gemiddeld ruim 105 uur productietijd. Daarvan gaat ruim de helft op aan bedraden: bijna 8 uur aan draadconfectie en ruim 45 uur aan aansluiten. Al het andere, van mechanische montage tot testen, past samen in de andere helft.
Sneller engineeren is dus maar één kant van het verhaal. Dezelfde engineeringdata waarmee je het ontwerp sneller maakt, kan ook worden gebruikt om de uren op de werkvloer terug te brengen.
En juist daar ligt nog een grote stap.
Waarom dit nu interessanter wordt
Geconfectioneerde bedrading bestaat al langer. Draad op maat, voorzien van de juiste aderafwerking en draadcodering, gesorteerd per kast aangeleverd. De paneelbouwer hoeft niet meer zelf te knippen en krimpen, maar kan direct leggen en aansluiten.
Wat veranderd is, is het aanbod. Waar je een paar jaar geleden nog afhankelijk was van een beperkt aantal partijen, zijn er inmiddels meerdere leveranciers die dit in Nederland kunnen leveren.
Daarmee verschuift de discussie.
De vraag is niet meer alleen of je geconfectioneerde bedrading kunt inkopen. De vraag is of je vanuit engineering precies kunt aanleveren wat er gemaakt moet worden.
En dat blijkt een stuk belangrijker.
Je kunt het alleen bestellen als je het precies weet
Om draad te laten confectioneren moet je per draad vastleggen wat het moet worden: het type draad, lengte, doorsnede, kleur, aderafwerking aan beide uiteinden en draadcodering.
Een deel daarvan ligt al vast in het EPLAN-project. Maar één belangrijk gegeven kun je niet rechtstreeks uit het elektrotechnische schema halen: de draadlengte.
Een schema legt de elektrische verbinding vast tussen twee aansluitpunten. Het zegt niets over de fysieke afstand ertussen.
Die volgt uit waar de componenten op de montageplaat zitten en welke route de draad door de goten aflegt. Twee besturingskasten met exact hetzelfde schema kunnen daardoor verschillende draadlengtes hebben.
Schat je die lengtes, dan creëer je alsnog uitval.
Te kort betekent opnieuw maken. Te lang betekent overtollige draad in de goot en een paneelbouwer die alsnog moet knippen. Daarmee haal je een deel van het voordeel dat je met draadconfectie wilde bereiken meteen weer weg.
Daar komt de 3D-layout om de hoek kijken
Hier verschuift het van inkoop naar engineering.
Bouw je de besturingskast op in EPLAN Pro Panel, met de werkelijke componenten op de montageplaat en de draadgoten op de juiste positie, dan kun je de verbindingen laten routeren.
Je schat de lengte dan niet meer. De route wordt bepaald aan de hand van de fysieke opbouw van de kast.
Daaruit volgt per draad een lengte, inclusief de toeslagen die je zelf vastlegt.
Dat is precies de informatie die een leverancier voor draadconfectie nodig heeft.
Geen bestand waarvan je achteraf handmatig alle lengtes moet controleren, maar productiedata die voortkomt uit een kloppende 3D-layout.
En daar zit ook meteen de reden waarom de overstap vaak strandt.
Draadconfectie is niet alleen een andere manier van inkopen. Het is uiteindelijk een gevolg van hoe je engineering is ingericht.
Als je artikeldata, aansluitgegevens of 3D-layout niet kloppen, klopt de data die je naar productie stuurt uiteindelijk ook niet.
Draadconfectie pakt maar een deel van de uren aan
Besteed je alleen de draadconfectie uit, dan haal je in het voorbeeld uit het onderzoek bijna 8 uur uit de paneelbouw.
Dat is een directe en redelijk voorspelbare besparing.
Maar het is de kleinste van de twee posten.
De ruim 45 uur voor het aansluiten staan er nog steeds.
En juist daar wordt het interessant om dezelfde engineeringdata nog een stap verder de productie in te brengen.
Van 3D-layout naar de werkvloer
Met EPLAN Smart Production kan de paneelbouwer digitaal worden ondersteund tijdens de productie van de kast. De informatie uit engineering wordt daarmee niet alleen gebruikt om documentatie te genereren, maar ook om werkzaamheden op de werkvloer te ondersteunen.
Voor het bedraden komt EPLAN Smart Production in beeld.
De paneelbouwer ziet welke verbinding moet worden gelegd, waar deze begint en eindigt en welke verbindingen al zijn afgewerkt.
Dat betekent niet zoeken in schema’s, niet zelf uitzoeken welke verbinding als volgende moet worden gemaakt en geen aparte lijst meer om handmatig bij te houden wat nog openstaat.
Juist daar zit een groot deel van het verdere potentieel.
Niet omdat de fysieke handeling van een draad aansluiten ineens verdwijnt, maar omdat een deel van alles daaromheen wordt weggenomen.
Zoeken. Lezen. Interpreteren. Controleren. Bijhouden waar je gebleven bent.
Op één draad stelt dat weinig voor. Op een besturingskast met honderden verbindingen telt het op.
En dan verandert er nog iets
Als zo’n proces eenmaal goed is ingericht, gebeurt er nog iets wat moeilijker in minuten per draad is uit te drukken.
Het werk wordt beter overdraagbaar.
Een minder ervaren paneelbouwer kan een groter deel van het bedradingswerk uitvoeren doordat de benodigde informatie digitaal beschikbaar is, in plaats van alleen in het hoofd van de collega die de kast en het schema door en door kent.
Dat betekent niet dat vakkennis overbodig wordt.
Wel wordt het proces minder afhankelijk van die kennis voor repeterende werkzaamheden. Ervaren mensen kunnen daardoor worden ingezet op de werkzaamheden waar hun kennis daadwerkelijk nodig is.
In een markt waarin technisch personeel schaars is, kan dat uiteindelijk minstens zo interessant zijn als de pure tijdwinst.
Wat levert het bij elkaar op?
Bij de juiste besturingskast kan de totale productietijd fors omlaag. In geschikte toepassingen kan de besparing in de praktijk oplopen richting 50%.
Dat is nadrukkelijk een bovengrens en geen gegarandeerd resultaat.
Het percentage komt bovendien niet uit één maatregel.
De draadconfectie verdwijnt grotendeels van de werkvloer. Het aansluiten gaat sneller doordat er minder gezocht en uitgezocht hoeft te worden. De productie wordt digitaal ondersteund. En doordat het proces beter overdraagbaar wordt, kun je ervaren paneelbouwers inzetten op het werk waar hun kennis daadwerkelijk nodig is.
Hoe groot de winst werkelijk is, hangt sterk af van het type kast.
Bij een eenmalige besturingskast met weinig draden en veel uitzonderingen blijft er van die 50% waarschijnlijk weinig over.
Bij een herhaalkast met honderden verbindingen ziet die rekensom er heel anders uit.
Wat moet er eerst staan?
De basis begint bij engineering.
Je artikeldata moet kloppen. Zonder de juiste aansluitgegevens per component kun je verbindingen niet betrouwbaar routeren.
Vervolgens moet de besturingskast als 3D-layout zijn opgebouwd, met de werkelijke componentposities, montageplaat en draadgoten.
Daarna leg je vast hoe je omgaat met zaken als draadtype, kleur, aderafwerking, draadcodering en lengtetoeslagen.
Pas wanneer die basis klopt, kun je er betrouwbare productiedata uit halen.
Dat is het echte werk.
Een bestand naar een leverancier sturen is daarna het makkelijke gedeelte.
Wanneer loont het niet?
Eerlijk is eerlijk: dit is niet voor iedere besturingskast automatisch interessant.
Bouw je voornamelijk eenmalige kasten met veel maatwerk, weinig draden en nauwelijks herhaling, dan kan de extra voorbereiding zwaarder wegen dan wat je in de productie terugverdient.
Werk je nu nog volledig in 2D, dan is de stap groter. Je moet dan eerst beoordelen of het opbouwen van je besturingskasten in Pro Panel voldoende waarde oplevert.
Draadconfectie kan een goede reden zijn om die stap te zetten, maar het is niet iets wat je zonder voorbereiding even aan je bestaande proces toevoegt.
Eerst uitproberen, daarna beslissen
Het voordeel is dat je dit niet hoeft te geloven.
Je kunt het meten.
Pak één besturingskast die representatief is voor wat je regelmatig bouwt. Bouw de 3D-layout op in Pro Panel, laat de verbindingen routeren, genereer de benodigde productiedata en bestel de draadconfectie.
Bouw vervolgens de kast en leg de uren naast diezelfde kast volgens je huidige werkwijze.
Hoeveel tijd kost de mechanische montage? Hoeveel tijd kost het bedraden? Hoeveel tijd ben je kwijt aan zoeken, corrigeren en nabewerken?
Dan weet je binnen één project wat het daadwerkelijk oplevert.
Engineering stopt niet bij het schema
En daar zit voor mij uiteindelijk het belangrijkste punt.
We kijken bij engineeringautomatisering al snel naar de uren die we achter EPLAN kunnen besparen. Dat is terecht. Een schema dat je in een fractie van de oorspronkelijke tijd kunt genereren, levert direct iets op.
Maar daar hoeft de businesscase niet te stoppen.
Dezelfde data kan verder.
Van het elektrotechnische schema naar de 3D-layout. Van de 3D-layout naar routing. Van routing naar draadlengtes. Van draadlengtes naar draadconfectie. En vanuit dezelfde engineeringdata verder naar digitale ondersteuning van de paneelbouw.
Dan automatiseer je niet alleen engineering.
Je zorgt ervoor dat wat engineering één keer goed vastlegt, verderop niet opnieuw hoeft te worden uitgezocht.
Dat is precies het soort traject waar MA-Engineers bij helpt: van het op orde brengen van artikeldata en het opbouwen van de 3D-layout in Pro Panel tot draadconfectie, Smart Production en Smart Wiring op de werkvloer.
Eén keer goed vastleggen, daarna stroomt de data door.
Benieuwd wat dat bij jullie oplevert? Dan beginnen we niet met een compleet verandertraject, maar met één representatieve kast.